Posts

Geen cultus zonder cultleider: waarom de nieuwe biografie van Sigmund Freud relevant is

Dat de psychoanalyse een pseudowetenschap was, wisten we al langer. En dat Sigmund Freud therapeutische successen verzon en zijn eigen biografie bijeen fantaseerde, was al door eerder historisch onderzoek aan het licht gekomen. Maar zelfs ik schrok van de nieuwe Freud-biografie van de literatuurwetenschapper Frederick Crews, die nog bezwarender is dan alle eerdere historische onthullingen van onderzoekers als Frank Sulloway, Henri Ellenberger, Mikkel Borch-Jacobsen, Peter Swales en (bij ons) Han Israëls.

Freud komt in deze biografie niet alleen naar voren als een charlatan, een leugenaar, een oplichter en een kwakzalver, maar ook – en dat is bij mij vooral blijven hangen – als een zielige figuur: een kleinzerige en rancuneuze persoonlijkheid die over lijken ging om zijn tomeloze ambitie waar te maken, een chronisch onzekere en gefrustreerde persoonlijkheid die zich eerst op slaafse manier onderwierp aan allerlei goeroes en er uiteindelijk in slaagde om zelf als goeroe vereerd te word…

Placebo zonder prietpraat

Een geallieerd veldhospitaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gewonde soldaten stromen binnen van het front, verminkt en met afgerukte ledematen, kermend van de pijn. De Amerikaanse anesthesist Henry Beecher heeft zijn handen vol, maar hij kampt met een ernstig probleem: hij zit door zijn voorraad morfine heen. Wat te doen? Soldaten aan het front kenden de wonderlijke effecten van deze substantie, en ze snakten ernaar wanneer ze het hospitaal binnenkwamen. Beecher waagde zich aan een experiment. Hij liet uitschijnen dat hij morfine toediende, maar in werkelijkheid gebruikt hij een gewone zoutoplossing. Een wanhoopspoging, maar het proberen waard? Tot zijn verbazing slaakten tot 40% van zijn patiënten een zucht van verlichting. De pijn werd verlicht net alsof ze echte morfine hadden gekregen.
De kracht van het ‘placebo-effect’ – zoals we dit verschijnsel nu kennen – wordt nog vaak onderschat. Suggestie kan ook genezen, zo schrijft Rosanne Hertzberger in haar column in NRC, en daarin he…

A most unnatural alliance

Is naturalism on the wane in philosophy? Even more so than with other -isms in our field, the precise meaning of “naturalism” is widely disputed. By and large, it stands for two substantially different positions, each of which, naturally, lends itself to further conceptual hair-splitting [1, 2]. Perhaps the best way to understand the broad difference is to compare their respective counterparts. What does it mean to oppose naturalism?
To be an anti-naturalist in the first sense is to posit the existence of supernatural beings or entities beyond the natural realm: gods, demons, ghosts, spiritual realms, the afterlife. Naturalism, then, is simply the thesis that none of these things exist. The natural universe, consisting of matter and energy or whatever the latest entities postulated by modern physics (snares, waves, fields…), is all there is. Let’s call this worldview naturalism.
The second brand of anti-naturalism, by contrast, is a normative thesis about the proper role of philosophy,…

Enjoying your cultural cheesecake: why believers are sincere and shamans are not charlatans

(BBS Commentary on Manvir Singh's target paper "The cultural evolution of shamanism")
Abstract. Cultural evolution explains not just when people tend to develop superstitions, but also what forms these beliefs will take. Beliefs that are more resilient in the face of apparent refutations, and more susceptible to occasional confirmation, stand a greater chance of cultural success. This argument helps to dispel the impression that shamans are mere charlatans and believers are ‘faking it’.
Among many other insights into shamanism and supernatural belief, Singh has offered a useful decision tree for sorting different types of events, and deciding when people are likely to develop superstitions. Superstition-prone events are those that are “uncontrollable, fitness relevant, and random”. I want to extend Singh’s cultural evolutionary analysis to the nature of the superstitious belief themselves. It is one thing to explain when people tend to develop superstitions, and another to…

Disruptieve filosofen: antwoord aan Ivana Ivkovic

De beschouwing van Ivana Ivkovic in Filosofie Magazine over de media-hetze rond mijn essay is al bij al een vrij evenwichtige analyse, die probeert om objectief en onpartijdig te blijven. Niettemin vraag ik me af wat Ivana Ivkovic concreet had verwacht van mijn kant. Ze vindt dat ik niet zomaar kan "vasthouden aan het conceptuele schema" dat ik in mijn essay hebt ontwikkeld, want "dat werkt niet" in het publieke forum. Maar wat had ik dan moeten doen? Moet ik mijn conceptueel schema wijzigen van zodra ik het publieke debat betreed? Andere begrippen en termen hanteren? Dat zou weinig consequent zijn en nog meer tot spraakverwarring leiden. Ze vindt het ook "disruptief" dat ik een essay schrijf en vervolgens op sociale media consequent bij mijn woordkeuze blijf. Maar als er publieke ophef ontstaat rond een tekst, wil dat per definitie zeggen dat die ophef aan de slechte woordkeuze van de schrijver te wijten is? Of zijn er andere mogelijke verklaringen, bij…

Het absolute, ongeëvenaarde Kwaad

Begin april verscheen de bundel ‘Filosofie van geweld’, waarin een essay van mijn hand was opgenomen met de uitdagende titel “Zinvol geweld”. Daarin bestrijd ik de mythe van het zogenaamde “zinloos geweld”. Dat schrikbeeld wordt volgens mij schromelijk overschat. Geweld is zelden zinloos, omdat geweldplegers bijna altijd menen over rationele redenen te beschikken. Ze slaan niet blind en willekeurig toe, en ze plegen niet zomaar geweld om het geweld zelf. Die stelling paste ik op diverse vormen van geweldpleging toe, maar ook op ideologieën zoals nationaalsocialisme, communisme en jihadisme. Met name utopische waanbeelden kunnen een rationele drijfveer vormen voor instrumenteel geweld, omdat ze een perfecte beloning in het vooruitzicht stellen, een doel dat alle middelen heiligt. En naarmate geweld "zinvoller" is, wordt het precies gevaarlijker. Die stelling over het gevaar van utopisch waandenken heb ik uitvoeriger uitgewerkt in mijn boek Illusies voor gevorderden. Illusies…

"Niet alle zwanen zijn wit!"

Image
Indien de volgelingen van Karl Popper een mascotte hadden, dan zou het Cygnus atratus zijn: de zwarte zwaan. Dat nietsvermoedende Australische dier weerlegde volgens de filosofische legende de universele generalisatie ‘Alle zwanen zijn wit’ – in alle handboeken logica en wetenschapsfilosofie terug te vinden.